Er is een vogel die je misschien maar één keer in je leven tegenkomt. En als je hem ziet, dan wordt alles rood. Rood van warmte, kracht, liefde, macht. Maar soms wordt het rood zo donker als de nacht. Dan is de vogel op zijn best. En voor de duvel niet bang! Er is ook een koning. Deze koning is zeer ontevreden en vol van haat. En er is een jager. Hij heet Pjotr. De koning geeft Pjotr een bevel: schiet alle dieren dood! Dat is niet moeilijk, want Pjotr is een echte jager. En echte jagers stellen geen vragen, maar doen wat ze moeten doen. Dus schiet Pjotr op alles wat los en vast zit totdat een vogel als gewond uit de lucht komt vallen. Het bos verandert van kleur. Het wordt heel stil. ‘Alsjeblieft, laat me gaan’, smeekt de vogel. ‘Waarom zou ik? Ik ben Pjotr!’ zegt Pjotr. En zo stelt hij de eerste vraag in zijn leven. Hij krijgt geen antwoord, wel een nieuw gevoel… Maar er is meer. De dorpsgek. De haas, de vos, het zwijn. Verdwenen prinsessen en versteende prinsen. De verschrikkelijke duivel met zijn machtige reuzen. En… een gouden veer! Op muziek van Béla Bartók.
Laurens ten Den (spel); Nico-Jan Beckers (accordeon); Auke Reuvers (klarinet)